Leo Schatz

DE SCHILDER


Het werk van Leo Schatz is in één woord te karakteriseren: kleur. Zeg maar gerust: KLEUR. Kleur is zijn expressiemiddel, zoals klank dat is van een musicus. Hoe ouder Schatz werd, hoe hoe mededeelzamer de kleur in zijn doeken is gaan gloeien. Ruim 92 jaar oud schildert hij een werk dat wonderbaarlijk licht van toets en tint is: wit, roze, lichtblauw, lila, oker, oranje. “Mozart is ook lichter gaan componeren naarmate hij dichter bij zijn dood kwam”, zegt Schatz zelf met een bescheiden glimlachje.
1993_1

In zijn vroege werk, vanaf ca. 1950 gerekend, is kleur ook al  prominent aanwezig, maar de tekenaar is nog goed zichtbaar in de schilderijen: hoekige figuren, sterke contouren, ‘ingekleurde’ vormen, enigszins verwant aan de Duitse groep Die Brücke: Kirchner, Schmidt-Rothluff. Chagall is ook een inspiratiebron. Maar, zegt hij: “niemand is natuurlijk ontkomen aan Picasso”, om er op zijn onnavolgbaar ironische manier aan toe te voegen: “als je tenminste een beetje een fatsoenlijk iemand bent.”

Dan ontstaan abstracties, waarin de kleuren autonoom worden, abstract-impressionistisch wordt zijn stijl dan genoemd. Als duidbare figuren terugkeren op zijn schilderijen dringt de vergelijking met Cobra zich op, waarmee hij in Denemarken, toen hij daar na de oorlog een poosje verbleef (zie Biografie), kennis maakte. “Cobra heeft natuurlijk invloed op me gehad”, zegt Leo Schatz zelf, “maar ik heb er nooit bij gehoord.” Hij grinnikt: “Jan Vrijman heeft een keer over me geschreven: het werk van Leo Schatz is de vervolmaking van waar Cobra ooit mee is begonnen.” Maar het werk van de Franse impressionist Bonnard heeft voorgoed zijn koers bepaald: “Bonnard is mijn vader in de kleuren.” 

Toch, als de kleuren uitbundig zijn is het schilderij dat lang niet altijd. Er kan een dreiging van de doeken uitgaan of een donkere emotie schuil gaan onder het welige coloriet. Daar valt het werk samen met de man: verdriet, depressie zelfs smeult vaak onder zijn legendarische gezelligheid, ironie, grappen en relativering. Die aldus verdiepte, rijke persoonlijkheid kenmerkt ook zijn schilderijen: een weelde voor het oog maar met soms een ondertoon van ongemak.

De dood van zijn dochter Irma in 1984 (zie Biografie) en de jaren erna markeren een afzonderlijke periode in zijn werk. Het diepe verdriet geeft hij een uitweg in een reeks  schilderijen met haar steeds ijlere schim in een verdroomd kleurlandschap, reminiscentie aan hun dagelijkse tochten naar het park Frankendael, vlak nabij hun woning in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Hij schildert haar als een oranje of wit verticaal contrapunt in de overige kleuren, eenzaam, verdwijnend in de leegte van het landschap. “Ik wilde haar weer laten leven”, zegt de schilder over die onontkoombaar ontroerende schilderijen.

2001_1

De kleuren die hij met kwast of paletmes (of als aquarellist) oneindig zorgvuldig en liefdevol mengt en combineert zijn ook thema van twee bundels over en met zijn werk: ‘De kleur van Leo Schatz’ (1989) en ‘Kleur heeft een mens getekend’ (2003).

Tegen de journalist Tom Rooduijn zegt hij in het laatstgenoemde boek: “Ik hoor vaak van mensen: ‘Je schilderijen zijn zo mooi van kleur.’ Ik weet nooit wat ze daarmee bedoelen. Kleur is op zichzelf niet ‘mooi’. Wat ik doe is geen ‘kleurtjes maken’, maar een emotie uitrdrukken. Als een kleur expressief is, een uitdrukking is van mijn gevoelens en bedoelingen, ben ik geslaagd. Kleur is voor mij een poëtische uitspraak, zoals een dichter zijn gevoelens transponeert in een gedicht.”

Zie Galerie

© 2021 Leo Schatz. Voor vragen of opmerkingen over de site kunt u mailen naar Stichting Leo Schatz.