Leo Schatz

DE DICHTER

Toen na een huwelijk van 55 jaar in 2003 plotseling zijn vrouw Sonja stierf, kon Leo Schatz ongeveer een half jaar niet schilderen, wat hij tot dan toe vrijwel dagelijks had gedaan. Maar tot zijn eigen verbazing begon hij plotseling gedichten te schrijven. Nooit had hij een letter voortgebracht, nu vond zijn verdriet een weg in poëzie. 'Na vijf dagen moest ik het uitschreeuwen', zegt hij, 'en daaruit ontstond het eerste gedicht.'

Dat hoort niet bij ons
dat zeggen wij niet:
‘Mijn vrouw is gestorven’.


Dat hoort niet bij ons
dat kunnen wij niet
dat doen hoogstens anderen


Wij zeggen alleen, als het moet:
‘Wij zijn samen gestorven’.

Het bleek een onverwachte uitlaatklep voor hem te zijn; 's ochtends vooral wist hij zich met zijn verdriet en eenzaamheid geen raad en dan schreef hij. Hij is er mee doorgegaan, net als met het maken van de buitenwerkelijke tekeningen (zie De tekenaar).
Een keuze uit beide reeksen verscheen in 2005 in de bundel onder de onnavolgbaar Schatziaanse titel ‘Ik heb geen aanleg voor verdriet’. Verdriet kan nauwelijks dieper zijn dan waarmee Leo achterbleef na zijn symbiose met Sonja maar, hoezeer ook aan verdriet ‘gewend’ door de oorlog en door de dood van zijn dochter (zie Biografie), heeft hij ‘er geen aanleg voor’, want zijn overlevingskracht mobiliseert gelijktijdig zijn relativering, onbedwingbare humor, ironie, wijsheid en creativiteit.
Zijn gedichten – hij aarzelt zelf om ze die gewichtige naam te geven – zijn hartenkreten in de taal die bij hem hoort: dubbelzinnig, berustend, treffend, triest en met de onverhoedse draai naar de lach.     

Meer gedichten



© 2021 Leo Schatz. Voor vragen of opmerkingen over de site kunt u mailen naar Stichting Leo Schatz.